Oecumene tussen Quakers

Feedback op activiteiten Nationale Synode en discussie over oecumene.
Gespreksleider: Wim Nusselder
Forumregels
Dit is een speciaal gedeelte van het forum voor de Stichting Nationale Synode.
Zie voor een uitleg:

http://forum.geloofsgesprek.nl/viewtopi ... t=95#p1182
Gebruikersavatar
Wim Nusselder
Gespreksleider Nationale Synode
Berichten: 3124
Lid geworden op: 03 mar 2013, 18:13
Man/Vrouw: M
Locatie: Den Haag, tel. 06-24184801
Contacteer:

Oecumene tussen Quakers

Berichtdoor Wim Nusselder » 15 mei 2016, 21:22

George Fox, waarmee het Quakerisme begon, was een evangelische Quaker. Zijn geschriften laten daar weinig misverstand over bestaan. ‘Verkondig het Woord! Vertrap alles dat daar tegenin gaat! Dit is de opdracht van de Here God aan jullie allen: wees een voorbeeld waar je ook gaat, laat je leven spreken. Dan zul je opgewekt over de aarde wandelen, beantwoordend aan dat van God in iedereen.’ (1656) Het vertegenwoordigen van Nederlandse Quakers (voor zover dat mogelijk is) bij een bijeenkomst van evangelische Europese Quakers, wiens taalgebruik en evangelisatieneigingen een stuk minder verschillen van die van George Fox dan die van ons, is dan ook vooral een uitdaging aan je identiteit als Quaker. Welk recht hebben wij om ons Quaker te noemen?

Europese Quakers hebben sinds George Fox een slingerpad door de geschiedenis gevolgd, via quietisme en evangelisch gemotiveerd maatschappelijk activisme naar vrijzinnig maatschappelijk activisme. We bleven grosso modo- ongedeeld. Totdat in 1997 evangelische Vrienden uit Amerika, waar de Quakers in de 19e eeuw in 4 stromingen uiteen dreven, in Hongarije een evangelische Quaker kerk stichtten. Of, vanuit het omgekeerde perspectief, totdat Tony Frei, een baptistenpredikant uit Tolna, Hongarije, zich met zijn lokale kerk aansloot bij het soort Quakers dat hem het meest na stond. Dat op suggestie van Nancy Irving, destijds algemeen secretaris van het Wereldoverlegorgaan van Quakers (FWCC).

In 2015 stuurden we als Nederlandse Quakers Tony een uitnodiging om deel te nemen aan onze Algemene Vergadering. Dat was mijn idee. Ik vond het hypocriet om me neer te leggen bij verdeeldheid tussen Quakers in Europa terwijl ik me bezig houd met oecumene, mezelf ‘universalist’ noem die er van uit gaat dat het goddelijke beschikbaar is voor ieder mens, ongeacht religie, en meewerk aan erkenning als lid van niet-christenen die zich in ons herkennen. Ik bepleit vermindering van de beschamende verdeeldheid van het christendom en van toenadering tot andere religies, van nauwere samenwerking met de vreemdste religieuze vogels, en dan zou ik terugschrikken voor de uitdaging aan mijn Quaker-identiteit die gevormd wordt door evangelische Quakers? Ik stelde me dus beschikbaar toen Tony ons terug uitnodigde voor de conferentie van de Internationale Evangelische Vrienden Kerk (EFCI) van 29/4 tot en met 1/5. Ondanks de herinnering aan de preek die Tony tijdens onze Algemene Vergadering 2015 hield over het Vredesgetuigenis, waarin de duivel een prominente rol speelde en die vol bijbelcitaten stond die op een andere wijze geselecteerd waren dan wij als Nederlandse Quakers gewend zijn te doen (voor zover we de Bijbel in ere houden).

Deze Europese EFCI-conferentie viel toevallig samen met de wereldwijde EFCI-conferentie die eens in de 4 jaar plaatsvindt. Ook de internationale directeur van EFCI, John Williams, en zijn continentale directeuren voor Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Afrika, Azië en -in de persoon van Tony- Europa waren dus aanwezig, naast evangelische Quakers én ‘ons soort Quakers’ uit Hongarije, Roemenië, Servië en Slovenië. Ook FWCC was vertegenwoordigd met Gretchen Castle, de huidige algemeen secretaris, en Leo Vincent, als lid van het uitvoerend comité van de Europese en Midden-Oosten Sectie (FWCC-EMES). Een uiterst belangrijke bijeenkomst dus voor het bouwen van bruggen tussen verschillende soorten Quakers.

De conferentie bestond uit 4 ‘zakenvergaderingsessies’ zonder agenda van in totaal 5 uur en 3 kerkdiensten van in totaal 8 à 9 uur die gevolgd werden door gezamenlijke (avond)maaltijden. Ook ‘gewone’ leden van Tony’s kerk uit Tolna konden overal bij zijn. Het aantal deelnemers tijdens die sessies wisselde daardoor van zo’n 25 tot zo’n 75 tijdens de zondags kerkdienst. De zakenvergaderingsessies waren gevuld met ‘rapporten’ in de vorm van meestal sterk persoonlijk getinte getuigenissen. Daarbij werden ook foto’s geprojecteerd van her en der. Vooral de foto’s van de grote groepen die bijeenkwamen in Bolivia en Burundi maakten indruk. Gretchen vertoonde een video-impressie van de wereldbijeenkomst in Peru. Het echtpaar uit Roemenië dat deelnam (samen met hun agnostische zoon) vertelde over één van de Roma-wezen die ze opvingen, een aangrijpend verhaal over verstoting door een stiefvader die haar moeder toen zij 6 was uit de trein had gegooid en over verkrachting en -maar al te begrijpelijke- haat tegen alles en iedereen. De foto die ze lieten zien was die van de doopplechtigheid waarmee ze kortgeleden was toegetreden tot hun kerk. In mijn presentatie heb ik uitgelegd waarom Tony’s preek in 2015 bij ons wat wenkbrauwen deed fronsen en een alternatief verhaal verteld over de duivel dat voor Nederlandse Quakers makkelijker verteerbaar is. Er werd één besluit genomen in die zakenvergaderingen: de verlenging van Tony’s rol als directeur Europa. Daarover werd (in zijn afwezigheid) gestemd bij handopsteking.

Ja, evangelische Vrienden zijn enigszins vreemde vogels vanuit ons perspectief van -voor een belangrijk deel- vluchtelingen uit andere kerken, met hele specifieke ideeën over wat des Quakers is en wat niet. Hun kerkdiensten lijken sterk op wat je kunt verwachten als je in Nederland een (onafhankelijke) evangelische kerkdienst bijwoont: lange, getuigende preken, meelezen van Bijbelcitaten in meegebrachte Bijbels, gebeden waarin God bedankt wordt voor van alles en nog wat en gevraagd wordt om hulp voor aan- en afwezigen (vaak van medische aard) en meeslepend gezang begeleid met professionele apparatuur en (deels) een grote en actieve groep jongeren die daar zijn ziel en zaligheid in legt. Geen stilte. Ik ging er heen in de veronderstelling dat we desondanks deel uitmaken van dezelfde geloofsgemeenschap. Daarin ben ik niet teleurgesteld, ondanks de grote taalkloof met de Hongaarse aanwezigen waarvan slechts enkelen Engels of soms Duits spraken. Vooral ook door de gesprekken met de internationale EFCI-directeuren. Ik begrijp waarom Quakers met een andere, gemiddeld minder hoog opgeleide doelgroep (hoewel hoger opgeleiden niet ontbraken) op een andere manier kerk-zijn dan wij in Nederland. Hun vermogen tot outreach, met een in wezen veel zwakkere organisatiestructuur dan wij, is fenomenaal. Wat maakt hen én ons tot Quakers? Het vertrouwen in de Geest, de openheid voor andersgelovigen (ondanks de nadrukkelijker dan bij ons uitgesproken verwachting van bekering) en de flexibiliteit en bereidheid tot aanpassing van uiterlijke vormen van kerk-zijn aan wisselende en veranderende behoeften. Geprogrammeerd, maar niet liturgisch. Met vrijgestelde ‘pastors’, maar zonder dat die daar pretenties aan ontlenen. Zich uitend in religieuze taal die ik uit mezelf niet zo gauw zou gebruiken, maar die ik ook nodig heb in mijn oecumenische contacten in Nederland.